Pavel en Boris, maart 2021

info
×

Pavel, maart 2021

info
×

Boris en Pavel


“Ik ben Pavel en ik ontmoette mijn vriend Boris in een Nederlands asielzoekerscentrum. Nu zijn we al een jaar samen. Op het moment heeft Boris zijn verblijfsstatus, ik nog niet. Nu dat Boris een eigen appartement heeft woon ik samen met hem. Ik moet nog wel wekelijks naar het asielzoekerscentrum voor registratie. We zijn beide Russisch en willen graag in Nederland wonen, omdat Rusland voor lhbti-personen een politiestaat is. De politie kan van alles met je doen als je gay bent. Ze kunnen je in een cel plaatsen of geld van je afdwingen. Ook is er een groot stigma rondom HIV patiënten. Ze kunnen en willen je niet echt behandelen. Ik leef al 12 jaar met HIV, vandaar dat een goede behandeling van cruciaal belang is.

Als je op jonge leeftijd, opgroeiend in Rusland, realiseert dat je een andere seksuele oriëntatie hebt, ga je denken dat er iets mis met je is, omdat de maatschappij homoseksualiteit als ziekte afschildert. Daarbij worden er in Rusland vaak foto’s online geplaatst van lhbti-personen om hen te verraden. Toen Boris dacht zijn baas te vertrouwen en het hem vertelde, werd hij door twee dames benaderd die zeiden, “Oh, jij bent de homo wiens foto op het internet staat.” Terwijl men in Nederland veel minder moeilijk over je seksualiteit doet. Het is wel wennen. Ik herinner me nog dat we hand in hand in Den Haag liepen, maar we waren nerveus en ons flink bewust van onze omgeving.

Hoewel Boris wel een keertje door een agressieve huisgenoot is aangevallen, waren er niet veel problemen toen we nog samen in het asielzoekerscentrum leefden, maar we toonden ook niet aan de andere bewoners dat we gay zijn. Wonen in een asielzoekers- centrum is niet hetzelfde als wonen in Nederland. We hadden graag meer duidelijkheid over het asielproces gewild, want het is al zo zenuwslopend. Ook had een lhbti- persoon het interview mogen leidden. Dan was er meer begrip en misschien wel de aanwezigheid van een ‘gay radar’, want je moet bewijzen dat je gay bent. Maar toch zijn we Nederland heel erg dankbaar voor het hebben van een lhbti- asielproces.”


Valo, februari 2021

info
×

Valo, februari 2021

info
×

Valo


“Mijn naam is Valo en ik kom uit Syrië, waar ik heb gestudeerd om in een apotheek te kunnen werken. Na mijn studie brak er oorlog uit in mijn land, echter was mijn seksualiteit de reden waarom ik naar Nederland vluchtte. Mijn reis van Syrië bracht me eerst naar Hongarije en daarna naar Nederland. Toen ik voor het eerst in het asielzoekerscentrum belandde, ontmoette ik al snel mensen, maar die moeten vaak naar andere opvangcentra verhuizen. Hierdoor leer je elkaar niet volledig kennen en had ik steeds andere huisgenoten. Dat is waarom het fijn is dat ik Nederlanders heb kunnen ontmoeten via Grindr, een gay dating app. Eigenlijk wordt de app geblokkeerd door de asielzoekerscentra, wat gek is want Tinder en andere dating apps zijn wel beschikbaar, maar gelukkig weten we dat er wegen om de blokkade heen zijn.

Wat moeilijk voor me was, is het feit dat ik in Syrië eerst een druk leven had met studeren en andere bezigheden. Maar in het asielzoekerscentrum kwam alles tot stilstand. Je mag niet studeren of werken, alleen stempelen en wachten. De negatieve kant van al het wachten is dat ik te maken kreeg met slapeloosheid. Ik moest toen naar een psycholoog, wat ik best eng vond. Maar gelukkig bleek ik geen depressie te hebben. Daarnaast ben je omsingeld door zoveel verschillende mensen in een asielzoekerscentrum, waarvan sommigen in ergere situaties zitten. Ik wachtte tien maanden op een positief bericht, maar mijn huisgenoot vier jaar. Dat kan heel deprimerend zijn. Daarom liegen mensen soms door te zeggen dat ze van Syrië uit afkomstig zijn, dan krijg je sneller asiel. Natuurlijk doet de IND ook onderzoek door middel van controlevragen. Maar bij lhbti-personen stellen ze vragen aan de hand van aparte patronen. Wat voor vragen stel je om te controleren of iemand gay is? Zelf heb ik best wel een goede ‘gay radar’, maar de IND heeft dat niet.

Waar ik in Syrië woonde merkte ik niet erg veel van de oorlog. Daarom gaf ik bij de IND aan dat ik asiel zoek omdat de situatie in Syrië levensbedreigend is als je gay bent. Toch bleven ze steeds vragen stellen over de oorlog, wat ik niet leuk vond, want ze negeren mijn persoonlijke situatie, maar ik gaf niet op. Toen ze eindelijk stopten om naar de oorlog te vragen kreeg ik te horen dat ik in Nederland mag blijven wonen. Momenteel wacht ik tot ik een eigen huis aangewezen krijg. Hopelijk kom ik in Rotterdam te wonen, want ik zou heel graag door willen studeren.”


Yulia, maart 2021

info
×

Yulia woont samen met haar vrouw en zoon in één kamer, maart 2021

info
×

Yulia en Tara


“Ik ben Yulia en samen met mijn vriendin Tara woon ik nu al twee jaar in het asielzoekerscentrum. Wij komen uit Rusland, waar Tara een trans activiste was. Door transphobia heeft ze niet kunnen studeren. In Rusland heeft Tara een brand meegemaakt, waar ze haar toenmalige vrouw heeft verloren. Haar zoon heeft ze kunnen redden, maar die mocht niet opgevoed worden door een transvrouw en was van haar weggenomen terwijl ze in het ziekenhuis lag. Wij weten niet eens of hij nog wel leeft.

Toen het coronavirus uitbrak voelde het alsof er eindelijk gerechtigheid was. Niemand kon werken, leuke dingen doen of naar school, iedereen was opgesloten net zoals wij. Je denkt niet dat het erger kan, maar toch wordt het elke keer weer erger. Zolang we wachten op ons antwoord kunnen we niet trouwen en geen ouderschap over onze zoon krijgen die hier in het asielzoekerscentrum met ons woont. We kunnen zo niet het leven opbouwen dat hij verdient. Hij is nu zes jaar oud en kan zich niet eens iets herinneren van zijn leven hiervoor. Wij zouden willen dat onze asielprocedure volgens de wet verloopt. Vier dagen voor mijn laatste interview werden we overgeplaatst naar een ander asielzoekerscentrum, maar dat gaat tegen de regels in. Dit gebeurde met veel agressie en er kwam zelfs politie bij kijken. Ze dreigden onze zoon mee te nemen. Hij spreekt zelfs al vloeiend Nederlands, ik weet niet wat ik moet doen als we straks een negatief antwoord krijgen. Toen we vroegen aan hem, zou je verdrietig zijn als we weer moeten verhuizen? en hij antwoordde met ja, ik zou heel verdrietig zijn, wisten we dat we tot onze dood zouden vechten om hier in Nederland te mogen blijven.

Wij willen hier werken, een eigen thuis opbouwen, belasting betalen en een veilig leven opbouwen. Ik wil geen geld, ik wil mijn rechten. Ik heb nog nooit een misdaad gepleegd maar ik voel mij een gevangene hier. Een speciaal lhbti- asielzoekerscentrum zou ons gezin erg veel geholpen kunnen hebben. Het zou een veilige plek kunnen zijn. Nu leven we met veel verschillende mensen, met verschillende achtergronden en dat kan lastig zijn, omdat niet iedereen lhbti- personen accepteert. Veel lhbti- personen komen hier mentaal en fysiek gebroken naartoe, in Nederland moeten we de ruimte kunnen krijgen om te helen, maar door het systeem worden we alleen maar meer gebroken.”


Behnam's appartement, april 2021

info
×

Behnam, april 2021


info
×

Behnam


“Mijn naam is Behnam en ik ben van Iran naar Nederland gevlucht vanwege mijn seksualiteit, vrijheid en veiligheid.. Wonend in een asielzoekerscentrum dacht ik eerst dat ik mijn identiteit kon ontdekken, maar in plaats daarvan werd ik uitgelachen, uitgescholden en gepest om mijn seksualiteit, maar ook omdat ik stil ben. Een aantal van de personen die me lastig vielen waren Iraans, wat het ironisch maakt. De meest mensen vluchten uit Iran vanwege de vervolging of onderdrukking jegens hun religie en niet vanwege hun seksualiteit. Ik vlucht van mijn land, hopend op een veiliger leven en dan beland ik alsnog in situatie. Ik probeerde het gesprek met ze aan te gaan, maar het was tevergeefs. Toen ik hulp vroeg aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), weigerde de andere bewoners mee te werken en was het enige dat het COA me vertelde om te doen, om niet meer naar de keuken te gaan en dat ze mij pas helpen als ik in elkaar wordt geslagen. Hierdoor begon ik mij te isoleren op mijn kamer.

Tijdens de procedure van de IND komt het vaak voor dat ze om meer documenten vragen van je thuisland, zoals een geboorte- certificaat, rijbewijs of militaire dienstkaart. Want zo kan je bewijzen wie je echt bent. Deze heb ik vier jaar geleden aan de IND gegeven, met de verwachting dat ik het terug zou krijgen. Toen ik na een jaar een positief bericht kreeg, vertelde de IND dat ze mijn documenten zijn kwijtgeraakt. Ik ging onmiddellijk naar de politie, daar zeiden ze dat mijn Nederlandse identiteitskaart voldoende was. Maar ik verloor hierdoor wel het vertrouwen in het systeem. Want als er nu wat met mijn ouders gebeurt, kan ik niet bewijzen dat ik hun zoon ben. Het was de enige connectie die ik nog met hun had. En dat is belangrijk voor mij. De IND vroeg wat ik liever wilde, “een Nederlandse burger worden of niet?”

Toen ik mijn eigen appartement kreeg durfde ik niet naar buiten te gaan, vanwege mijn trauma in het AZC. Ik heb een lange tijd een flinke cultuurshock ervaren in Nederland. De religieuze, culturele en communicatieve verschillen vind ik nog moeilijk om mee om te gaan, ook al heb ik mijn angsten best overwonnen. Ik isoleerde mijzelf daarom voor het nieuwe hoofdstuk in mijn leven, maar dat wilde ik helemaal niet. Ik had graag gewild dat er nog veel meer aandacht aan werd besteed, zodat ik beter kon omgaan met deze verschillen, zodat ik sneller had kunnen integreren in de Nederlandse samenleving.”


Using Format