Scott


“Het was een hele moeilijke beslissing voor mij om mijn geboorteland in Zuid Amerika te verlaten, omdat ik niemand in Nederland kende en alleen Spaans sprak. Maar ik greep mijn enige kans op een nieuw begin. Waar ik vandaan kom was ik vaak bang, dat als men wist over mijn seksualiteit, dat ik vermoord zou worden. Dat komt vanwege de ‘machocultuur’ die daar heerst, maar ook de criminele omgeving waar ik in opgroeide. Nederland doet veel meer met lhbti- rechten, vandaar dat ik hier wilde wonen.

Ik had geen verwachtingen van het lhbti-asielproces, vooral omdat ik die niet mocht hebben van mijzelf en nog nooit naar Europa was geweest. Daarnaast, als je de taal niet spreekt is de informatie ook gelimiteerd. Je wilt zo snel mogelijk uit een slechte situatie naar een aangenaam leven. Het is daarom heel jammer dat het proces zo lang duurt, wat alles nog moeilijker maakt. Ik heb dus een mix aan positieve en negatieve ervaringen. Het positieve is dat je de basiszorg ontvangt, zoals eten en een dak boven je hoofd en ik kan wat opener zijn over mijn seksualiteit. Het negatieve is dat de IND de wettelijke tijdslimiet niet aanhoudt, in geen enkel onderdeel van het proces. Zoals wanneer ze antwoord moeten geven, de datum voor een gesprek, afspraken om naar de rechtbank te gaan of om je verblijfsvergunning te krijgen. Het voelt alsof niemand om je geeft. En je kan dit bij niemand kwijt, je bent dus jarenlang stemloos.

Ik zit al vier jaar in het proces en nog steeds geen duidelijk antwoord. Twee jaar geleden gaven ze me een negatief besluit, ben ik twee keer in hoger beroep gegaan, de eerste won ik en bij de tweede werd de datum van de rechtszaak uitgesteld en het besluit van de IND veranderd, maar ik wacht nu al maanden op een nieuwe verblijfsvergunning. Ik zou heel graag willen dat de IND ons als menselijke slachtoffers ziet, die om hulp vragen omdat onze levens gevaar lopen. Ze moeten minder ervan uitgaan dat we liegen en stoppen met functioneren als een bedrijf dat van je af wil zijn.”


Muideen


“Ik ben door mijn ouders op jonge leeftijd verstoten, waardoor ik op straat belandde, geen goede scholing heb gehad en voor mezelf moest zorgen. Toen ik mijn verhaal vertelde aan de IND geloofde ze me niet. Zelfs de littekens die ik op mijn lichaam heb was niet voldoende bewijs. Ik heb nu al drie keer een gesprek gehad in de afgelopen drie jaar en dan zeggen ze dat ze erop terug zullen komen, maar ik heb nog geen enkel positief besluit te horen gekregen. Ik krijg er best hoofdpijn van, vooral als je ziet dat anderen wel een positief besluit te horen hebben gekregen. Dan krijg ik het gevoel dat mijn kansen steeds kleiner worden en dan vraag ik me af of ze me niet geloven?

Toen ik naar Nederland kwam wisten mijn vriend en ik niet eens wat een asielproces inhield. Ik begreep het iets beter toen ze me een brief gaven met meer informatie. Het eerste interview dat ik had was geen leuke ervaring, omdat ik totaal niet erop voorbereid was, maar bij de tweede ging het iets beter. Soms vraag ik me af of mensen weten dat je soms wel vier of vijf jaar kan wachten. Dat is heel deprimerend en daarbij kun je niks ander doen dan wachten, eten, slapen, wakker worden en weer opstaan. Constant denk ik aan de mogelijke uitkomsten van het interview. Het idee om teruggestuurd te worden is zeer beangstigend. Ik heb vreselijke dingen meegemaakt in Nigeria. Zo erg dat ik me soms ervoor schaam en moet huilen, omdat het niet leuk is om te vertellen. Kort gezegd lag ik in bed met mijn vriend. Normaliter sluit ik de deur van mijn kamer, maar toen liep mijn buurvrouw mijn kamer in en zo ontdekte ze dat ik homoseksueel ben. Ze gilde en trok zo een aantal buurmannen aan, die mij en mijn vriend eerst hebben ondervraagd, toen in elkaar hebben geslagen, mishandeld en zelfs petroleum over ons goten, om het vervolgens aan te steken.

Het enige wat we willen is niks anders dan vrij zijn. Om te zijn wie we werkelijk zijn. Het is beter hier, maar we kunnen nog niet volop genieten. Vroeger was ik best gespierd, maar ik ben nu heel wat afgevallen door de stress, de zorgen over het proces en de kans dat ik terug zou moeten. De IND heeft zelfs geprobeerd om mijn vriend terug naar Italië te sturen en Italië wilde hem terug sturen naar Nigeria, maar hij wilde nog liever dood dan ooit terug gaan naar Nigeria. Er is zoveel onrechtvaardigheid daar. Ondanks dat het zo lang duurt zijn we wel dankbaar dat we veiliger zijn in Nederland.”


Boris en Pavel


“Ik ben Pavel en ik ontmoette mijn vriend Boris in een Nederlands asielzoekerscentrum. Nu zijn we al een jaar samen. Op het moment heeft Boris zijn verblijfsstatus, ik nog niet. Nu dat Boris een eigen appartement heeft woon ik samen met hem. Ik moet nog wel wekelijks naar het asielzoekerscentrum voor registratie. We zijn beide Russisch en willen graag in Nederland wonen, omdat Rusland voor lhbti-personen een politiestaat is. De politie kan van alles met je doen als je gay bent. Ze kunnen je in een cel plaatsen of geld van je afdwingen. Ook is er een groot stigma rondom HIV patiënten. Ze kunnen en willen je niet echt behandelen. Ik leef al 12 jaar met HIV, vandaar dat een goede behandeling van cruciaal belang is.

Als je op jonge leeftijd, opgroeiend in Rusland, realiseert dat je een andere seksuele oriëntatie hebt, ga je denken dat er iets mis met je is, omdat de maatschappij homoseksualiteit als ziekte afschildert. Daarbij worden er in Rusland vaak foto’s online geplaatst van lhbti-personen om hen te verraden. Toen Boris dacht zijn baas te vertrouwen en het hem vertelde, werd hij door twee dames benaderd die zeiden, “Oh, jij bent de homo wiens foto op het internet staat.” Terwijl men in Nederland veel minder moeilijk over je seksualiteit doet. Het is wel wennen. Ik herinner me nog dat we hand in hand in Den Haag liepen, maar we waren nerveus en ons flink bewust van onze omgeving.

Hoewel Boris wel een keertje door een agressieve huisgenoot is aangevallen, waren er niet veel problemen toen we nog samen in het asielzoekerscentrum leefden, maar we toonden ook niet aan de andere bewoners dat we gay zijn. Wonen in een asielzoekers- centrum is niet hetzelfde als wonen in Nederland. We hadden graag meer duidelijkheid over het asielproces gewild, want het is al zo zenuwslopend. Ook had een lhbti- persoon het interview mogen leidden. Dan was er meer begrip en misschien wel de aanwezigheid van een ‘gay radar’, want je moet bewijzen dat je gay bent. Maar toch zijn we Nederland heel erg dankbaar voor het hebben van een lhbti- asielproces.”


Behnam


“Mijn naam is Behnam en ik ben van Iran naar Nederland gevlucht vanwege mijn seksualiteit, vrijheid en veiligheid.. Wonend in een asielzoekerscentrum dacht ik eerst dat ik mijn identiteit kon ontdekken, maar in plaats daarvan werd ik uitgelachen, uitgescholden en gepest om mijn seksualiteit, maar ook omdat ik stil ben. Een aantal van de personen die me lastig vielen waren Iraans, wat het ironisch maakt. De meest mensen vluchten uit Iran vanwege de vervolging of onderdrukking jegens hun religie en niet vanwege hun seksualiteit. Ik vlucht van mijn land, hopend op een veiliger leven en dan beland ik alsnog in situatie. Ik probeerde het gesprek met ze aan te gaan, maar het was tevergeefs. Toen ik hulp vroeg aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), weigerde de andere bewoners mee te werken en was het enige dat het COA me vertelde om te doen, om niet meer naar de keuken te gaan en dat ze mij pas helpen als ik in elkaar wordt geslagen. Hierdoor begon ik mij te isoleren op mijn kamer.

Tijdens de procedure van de IND komt het vaak voor dat ze om meer documenten vragen van je thuisland, zoals een geboorte- certificaat, rijbewijs of militaire dienstkaart. Want zo kan je bewijzen wie je echt bent. Deze heb ik vier jaar geleden aan de IND gegeven, met de verwachting dat ik het terug zou krijgen. Toen ik na een jaar een positief bericht kreeg, vertelde de IND dat ze mijn documenten zijn kwijtgeraakt. Ik ging onmiddellijk naar de politie, daar zeiden ze dat mijn Nederlandse identiteitskaart voldoende was. Maar ik verloor hierdoor wel het vertrouwen in het systeem. Want als er nu wat met mijn ouders gebeurt, kan ik niet bewijzen dat ik hun zoon ben. Het was de enige connectie die ik nog met hun had. En dat is belangrijk voor mij. De IND vroeg wat ik liever wilde, “een Nederlandse burger worden of niet?”

Toen ik mijn eigen appartement kreeg durfde ik niet naar buiten te gaan, vanwege mijn trauma in het AZC. Ik heb een lange tijd een flinke cultuurshock ervaren in Nederland. De religieuze, culturele en communicatieve verschillen vind ik nog moeilijk om mee om te gaan, ook al heb ik mijn angsten best overwonnen. Ik isoleerde mijzelf daarom voor het nieuwe hoofdstuk in mijn leven, maar dat wilde ik helemaal niet. Ik had graag gewild dat er nog veel meer aandacht aan werd besteed, zodat ik beter kon omgaan met deze verschillen, zodat ik sneller had kunnen integreren in de Nederlandse samenleving.”


Yulia en Tara


“Ik ben Yulia en samen met mijn vriendin Tara woon ik nu al twee jaar in het asielzoekerscentrum. Wij komen uit Rusland, waar Tara een trans activiste was. Door transphobia heeft ze niet kunnen studeren. In Rusland heeft Tara een brand meegemaakt, waar ze haar toenmalige vrouw heeft verloren. Haar zoon heeft ze kunnen redden, maar die mocht niet opgevoed worden door een transvrouw en was van haar weggenomen terwijl ze in het ziekenhuis lag. Wij weten niet eens of hij nog wel leeft.

Toen het coronavirus uitbrak voelde het alsof er eindelijk gerechtigheid was. Niemand kon werken, leuke dingen doen of naar school, iedereen was opgesloten net zoals wij. Je denkt niet dat het erger kan, maar toch wordt het elke keer weer erger. Zolang we wachten op ons antwoord kunnen we niet trouwen en geen ouderschap over onze zoon krijgen die hier in het asielzoekerscentrum met ons woont. We kunnen zo niet het leven opbouwen dat hij verdient. Hij is nu zes jaar oud en kan zich niet eens iets herinneren van zijn leven hiervoor. Wij zouden willen dat onze asielprocedure volgens de wet verloopt. Vier dagen voor mijn laatste interview werden we overgeplaatst naar een ander asielzoekerscentrum, maar dat gaat tegen de regels in. Dit gebeurde met veel agressie en er kwam zelfs politie bij kijken. Ze dreigden onze zoon mee te nemen. Hij spreekt zelfs al vloeiend Nederlands, ik weet niet wat ik moet doen als we straks een negatief antwoord krijgen. Toen we vroegen aan hem, zou je verdrietig zijn als we weer moeten verhuizen? en hij antwoordde met ja, ik zou heel verdrietig zijn, wisten we dat we tot onze dood zouden vechten om hier in Nederland te mogen blijven.

Wij willen hier werken, een eigen thuis opbouwen, belasting betalen en een veilig leven opbouwen. Ik wil geen geld, ik wil mijn rechten. Ik heb nog nooit een misdaad gepleegd maar ik voel mij een gevangene hier. Een speciaal lhbti- asielzoekerscentrum zou ons gezin erg veel geholpen kunnen hebben. Het zou een veilige plek kunnen zijn. Nu leven we met veel verschillende mensen, met verschillende achtergronden en dat kan lastig zijn, omdat niet iedereen lhbti- personen accepteert. Veel lhbti- personen komen hier mentaal en fysiek gebroken naartoe, in Nederland moeten we de ruimte kunnen krijgen om te helen, maar door het systeem worden we alleen maar meer gebroken.”


Valo


“Mijn naam is Valo en ik kom uit Syrië, waar ik heb gestudeerd om in een apotheek te kunnen werken. Na mijn studie brak er oorlog uit in mijn land, echter was mijn seksualiteit de reden waarom ik naar Nederland vluchtte. Mijn reis van Syrië bracht me eerst naar Hongarije en daarna naar Nederland. Toen ik voor het eerst in het asielzoekerscentrum belandde, ontmoette ik al snel mensen, maar die moeten vaak naar andere opvangcentra verhuizen. Hierdoor leer je elkaar niet volledig kennen en had ik steeds andere huisgenoten. Dat is waarom het fijn is dat ik Nederlanders heb kunnen ontmoeten via Grindr, een gay dating app. Eigenlijk wordt de app geblokkeerd door de asielzoekerscentra, wat gek is want Tinder en andere dating apps zijn wel beschikbaar, maar gelukkig weten we dat er wegen om de blokkade heen zijn.

Wat moeilijk voor me was, is het feit dat ik in Syrië eerst een druk leven had met studeren en andere bezigheden. Maar in het asielzoekerscentrum kwam alles tot stilstand. Je mag niet studeren of werken, alleen stempelen en wachten. De negatieve kant van al het wachten is dat ik te maken kreeg met slapeloosheid. Ik moest toen naar een psycholoog, wat ik best eng vond. Maar gelukkig bleek ik geen depressie te hebben. Daarnaast ben je omsingeld door zoveel verschillende mensen in een asielzoekerscentrum, waarvan sommigen in ergere situaties zitten. Ik wachtte tien maanden op een positief bericht, maar mijn huisgenoot vier jaar. Dat kan heel deprimerend zijn. Daarom liegen mensen soms door te zeggen dat ze van Syrië uit afkomstig zijn, dan krijg je sneller asiel. Natuurlijk doet de IND ook onderzoek door middel van controlevragen. Maar bij lhbti-personen stellen ze vragen aan de hand van aparte patronen. Wat voor vragen stel je om te controleren of iemand gay is? Zelf heb ik best wel een goede ‘gay radar’, maar de IND heeft dat niet.

Waar ik in Syrië woonde merkte ik niet erg veel van de oorlog. Daarom gaf ik bij de IND aan dat ik asiel zoek omdat de situatie in Syrië levensbedreigend is als je gay bent. Toch bleven ze steeds vragen stellen over de oorlog, wat ik niet leuk vond, want ze negeren mijn persoonlijke situatie, maar ik gaf niet op. Toen ze eindelijk stopten om naar de oorlog te vragen kreeg ik te horen dat ik in Nederland mag blijven wonen. Momenteel wacht ik tot ik een eigen huis aangewezen krijg. Hopelijk kom ik in Rotterdam te wonen, want ik zou heel graag door willen studeren.”


Using Format